Indien de PPC een positieve meerwaarde heeft aangetoond, kan worden gestart met de aanbesteding. Het doel van de aanbesteding is het vinden van een consortium dat geschikt is om een DBFMO-overeenkomst aan te gaan. Het consortium moet voldoen aan minimumeisen zoals financiële robuustheid, projectmanagementervaring (ontwerp, bouw en exploitatie) en de juiste financiële expertise. Daarnaast moet het consortium de meest economisch voordelige aanbieding doen. De aanbieding moet dus gebaseerd zijn op de outputspecificatie, gericht zijn op objectieve en (financieel) prikkelende ‘beschikbaarheideisen’ en beneden de ‘plafondprijs’ liggen. Het gaat met andere woorden bij de selectie om een combinatie van de laagste prijs, de beste invulling van de ‘wensen’ (toelaatbare verbeteringen op minimumniveau) en risicoaanvaarding. Tot slot moet de aanbesteding tegen zo laag mogelijke transactiekosten kunnen worden uitgevoerd.
Een opdrachtgever (d.i. de aanbestedende dienst) kan voor complexe opdrachten (o.m. infrastructurele en vastgoedprojecten) gebruik maken van de concurrentiegerichte dialoog, indien hij alléén niet in staat is om technische oplossingen te vinden of de juridische en/of financiële voorwaarden van een project te specificeren. Complexe projecten zijn bijzonder geschikt voor deze dialoog. Een bijkomend voordeel van de concurrentiegerichte dialoog is dat deze eveneens geschikt is om innovatieve aanbiedingen te bevorderen. De aanbestedende dienst is verantwoordelijk voor de gelijke behandeling van de inschrijvers en de vertrouwelijke behandeling van de verstrekte informatie. De angst voor ‘cherry picking’ is daarmee ontzenuwd, aangezien innovatieve ideeën en oplossingen vertrouwelijk worden behandeld.
Hoe ziet de concurrentiegerichte dialoog eruit? In onderstaand overzicht zijn de onderscheiden stappen weergegeven bij de fasering. Vervolgens is per stap aangegeven waarover de aanbestedende dienst moet beslissen en welke onderliggende documenten per fase moeten worden opgesteld.
Er wordt onderscheid gemaakt in drie soorten documenten:
-
Procesdocumenten (lichtblauw): o.m. selectie-, dialoog- en inschrijvingsleidraden;
-
Inhoudelijke documenten (donkerblauw): o.m. ambitiedocument, outputspecificatie en concept DBFMO-contract;
-
Overeenkomsten (rood): o.m. DBFMO-contract en de diverse certificaten.
Alvorens de concurrentiegerichte dialoog van start gaat, stelt de aanbestedende dienst een aanbestedingsstrategie op en richt het aanbestedingsproces in. Het ontwerpen van een aanbestedingsstrategie en selectieproces brengt met zich mee dat tijdens het proces onder meer de volgende keuzes gemaakt moeten worden:
-
De exacte scope van het project, eventueel in combinatie met een marktconsultatie om een beter beeld te krijgen van de haalbaarheid van een bepaalde aanbestedingsscope in de markt;
-
De uitgangspunten en randvoorwaarden van het project;
-
De beoogde contractvorm met de markt en de looptijd van de contractsperiode;
-
Het gewenste profiel van de te selecteren marktpartij(en);
-
De onderwerpen waar opdrachtgever zelf zeggenschap over wil behouden;
-
De risico’s die bij de marktpartij(en) worden neergelegd;
-
De prestaties waarop de te selecteren marktpartij(en) wordt afgerekend.
Indien de aanbestedingsstrategie duidelijk is kan worden gestart met de concurrentiegerichte dialoog. Onderstaand wordt op hoofdlijnen beschreven wat in de onderscheiden stappen gebeurd.
(Voor)aankondiging en selectie
De officiële aanbestedingsprocedure verschilt niet wezenlijk van de traditionele aanbesteding. De Europese regelgeving voor aanbesteding wordt gevolgd (voornemen, aankondiging TED). De vooraankondiging heeft tot doel dat de markt tijdig wordt geïnformeerd dat er een bepaald type project aan zit te komen. Dit stelt de markt in staat om tijdig een geschikt consortium samen te stellen. Op basis van de aankondiging kunnen geïnteresseerde partijen zich aanmelden. Van de geïnteresseerde partijen die zich aangemeld hebben en aan de inzendvoorwaarden voldoen, krijgt slechts een, in de op te stellen selectieleidraad aangekondigd aantal belangstellenden (meestal vier of vijf), een uitnodiging voor de dialoogfase. De selectie tijdens deze fase gebeurt op basis van kwantitatieve en kwalitatieve selectiecriteria, zoals vermeld in de selectieleidraad. Er wordt een aanvang gemaakt met de Public Sector Comparator (PSC), die als benchmark voor de uiteindelijke biedingen dienst doet. De PSC is een raming van de kosten en opbrengsten van de traditionele variant.
Dialoog1,2 en/of 3
De gegadigden die geselecteerd zijn, ontvangen een uitnodiging voor de dialoogfase. Deze fase bestaat in de regel uit verschillende dialoogronden. De eerste ronde heeft meestal de vorm van een consultatie op basis van de (aangepaste) leidraad en de concept aanbestedingsdocumenten. Middels collectieve en individuele bijeenkomsten wordt informatie uitgewisseld. De bedoeling is dat de private sector in deze fase de tijd krijgt de toegezonden documenten goed te bestuderen en dat de publieke sector de tijd heeft om de voorgestelde aanpassingen te verwerken in het uiteindelijke contract dat de basis vorm voor de inschrijvingsfase. De tweede en eventueel derde dialoogronde hebben meer het karakter van onderhandeling en tot doel de uitvraag te optimaliseren. Nadere selectie van partijen van 5 naar 2 of 3 kan zowel in ronde 1 als 2.
Het doel van de dialoogfase is om op basis van de geselecteerde inschrijvingen te komen tot concrete afspraken met de overgebleven partijen over het concept contract. In deze fase probeert de opdrachtgever ieder van de inschrijvingen op prijs en kwaliteit te optimaliseren, om tot concurrerende biedingen te komen. In deze fase worden ook de financiële voorwaarden van het project definitief vastgesteld, zodat een onvoorwaardelijke financiering en daarmee de haalbaarheid van het project zeker wordt gesteld. Aan het einde van de dialoogfase nodigt de opdrachtgever de partijen uit om hun laatste en definitieve bod uit te brengen.
Inschrijving
Het doel van deze fase is om inschrijvingen te ontvangen die aansluiten op de wensen en het budget van de opdrachtgever en de selectie van de beste partijen op basis van deze inschrijvingen. De selectie van het beste integrale plan tegen de beste prijs. De PSC is gereed en sluit helemaal aan op het contract. De outputspecificatie is vastgesteld. Nadat de uitnodiging tot inschrijving is verzonden kent de aanbestedingsprocedure afhankelijk van de complexiteit van het project een periode van enkele weken tot enkele maanden, waarin de geselecteerde partijen werken aan hun inschrijvingen. Nadat de inschrijvingen zijn ontvangen, worden ze bestudeerd op realiteitszin en de mate waarin ze voldoen aan de eisen en wensen van de opdrachtgever. Vervolgens selecteert de aanbestedende partij op basis van de gunningcriteria de economisch meest voordelige inschrijving. De PSC dient daarbij als finale toetssteen om te bepalen of de concrete private inschrijving inderdaad een betere prijs-kwaliteit verhouding oplevert dan de traditionele variant.
Gunning
De opstelling en ondertekening van het definitieve DBFMO-contract vormen na geslaagde onderhandelingen en positieve uitkomsten van het financieel vergelijkingsinstrumentarium (PSC) het sluitstuk van de aanbestedingsprocedure.
Leerervaringen
De eerste praktijkervaringen met de concurrentiegerichte dialoog stemmen gunstig. Een gedegen voorbereiding van de dialooggesprekken door beide partijen is een absolute voorwaarde voor een succesvolle dialoog. Een dialoog die gekenmerkt wordt door een open en constructieve sfeer, waar veel informatie-uitwisseling plaatsvindt. Een dialoog die door beide partijen als een ‘win win’ wordt ervaren, omdat de aanbestedende dienst veel directer kan sturen op het gewenste resultaat en de marktpartij haar conceptuele ideeën en haar interpretaties van de uitvraag direct kan toetsen. Voor alle partijen geldt: ‘naarmate je er meer instopt, haal je er meer uit’!
Ook standaardisatie van de dialoogdocumenten (b.v. DBFM(O)-contract, outputspecificatie, uit te vragen documenten) zijn in belangrijke mate van invloed op het succesvolle verloop van de aanbesteding. Het voordeel hiervan is dat enerzijds het proces veel efficiënter verloopt aangezien niet alles opnieuw moet worden toegelicht en alleen de afwijkingen hoeven worden besproken en anderzijds dat de transactiekosten aan beiden lager worden.
Het denken in prestaties is niet vanzelfsprekend. Zeker mensen die voornamelijk in traditionele aanbestedingen hebben gewerkt zijn geneigd om in oplossingen te denken. Het oplossingsgericht denken wordt door de consortia vaak als een enorme beperking ervaren, aangezien er dan nog nauwelijks ruimte is voor creatieve oplossingen.
Een niet te onderschatten succesfactor is de integrale werkwijze, zowel aan opdrachtgevers- als aan consortiumzijde. Het integraal benaderen van de opgave heeft diverse voordelen, namelijk:
- Er wordt niet meer gedacht in investeringskosten, maar in exploitatiekosten. Hierdoor kan het zo zijn dat gekozen wordt voor een dure investering, omdat die zich op termijn terugverdiend (b.v. warmtekoude opslag, waardoor energielasten lager zijn of een duurdere slijtvaste asfaltlaag omdat die in het onderhoud goedkoper is).
- Ook worden er veel bewuster keuzes gemaakt door het consortium waarom in het ene geval functionaliteit belangrijker is dan bijvoorbeeld esthetica (b.v. vloerafwerking in de hal, omdat die minder onderhoud vraagt) of omgekeerd.
- Hoe beter de partijen binnen het consortium met elkaar samenwerken, hoe beter de oplossingen zijn waarmee zij komen en er geen suboptimale oplossingen worden aangedragen.
- Hoe beter de partijen aan opdrachtgeverzijde samen werken, hoe meer dit leidt tot professioneel opdrachtgeverschap. Dit is terug te zien in de kwaliteit van de inhoudelijke producten en in de kwaliteit van het aanbestedingsproces.
Martie Jacobs, OPPS
december 2008