Strategiebepaling rond het opzetten van duurzame energieprojecten
Op 25 juni 2009 is de Europese Duurzame Energierichtlijn van kracht geworden. Deze richtlijn stelt als doel dat in 2020 in Nederland 14% van alle verbruikte energie afkomstig is van natuurlijke hulpbronnen.
Nederland heeft voor zichzelf een nog ambitieuzere doelstelling gesteld van ruim 20% duurzame energieproductie.
Decentrale opwekking moet een sleutelrol gaan spelen voor een versnelde transitie naar duurzame energie, ook met het oog op particuliere initiatieven. Veel Nederlandse, grote en kleine, gemeenten beamen dit en verschillende initiatieven zijn inmiddels tot stand gebracht (gemeentelijke energiebedrijven, energieneutraal vastgoed, energieholdings etc.). Ondanks de wens tot duurzame energieopwekking, is het daadwerkelijke aantal gerealiseerde projecten beperkt, ze komen langzaam tot stand en worden op uiteenlopende wijze vormgegeven.
Elke gemeente heeft bepaalde ambities en een maatschappelijke verantwoordelijkheid ten aanzien van de realisatie van de Europese en landelijke doelstellingen. Het is de vraag op welke wijze deze ambities en verantwoordelijkheden zo efficiënt mogelijk gerealiseerd kunnen worden. Er bestaat nog veel onduidelijkheid over de exploitatie en de financiële haalbaarheid van de verschillende energietypen. Daarnaast moet goed gekeken worden naar de organisatorische vormgeving. Een belangrijke vraag daarbij is in welke mate gemeenten de financiële en operationele verantwoordelijkheid willen en kunnen dragen voor deze ‘nieuwe’ projecten, of dat men beter een ondersteunende en voorwaardenscheppende rol kan aannemen. Is men ondernemer of facilitator?
In de praktijk is voor dit vraagstuk geen standaardoplossing voorhanden. Hoe kan er dan toch voor gezorgd worden dat gemeenten een versnelling van de transitie naar duurzame energie kunnen bewerkstelligen? In grote lijnen kan worden gedacht aan de volgende drie vormen:
1. Het opzetten van een gemeentelijk Energie Service Bureau (ESB), dat zorg draagt voor informatievoorziening over energiebesparing en duurzame energietoepassingen en tevens markinitiatieven op het gebied van duurzame energie faciliteert en coördineert.
2. Het opzetten van een ontwikkelingsbedrijf, dat projecten initieert en financiert.
3. Het opzetten van een productie- en leveringsbedrijf van duurzame energie.
Verschillend per gemeente zullen één of meer van deze opties kunnen passen en zal vervolgens de gewenste rol van de gemeente moeten worden vastgesteld, waaruit een gepaste gemeentelijke participatiestructuur zal volgen.
OPPS werkt op dit gebied samen met toonaangevende adviseurs en deelt graag de expertise en ervaring bij de publieke strategiebepaling en de besluitvorming rond het opzetten van duurzame energieprojecten. Wij kunnen aan de hand van een ‘EnergieScan’ op eenvoudige wijze toelichten hoe het opzetten van bijvoorbeeld een ESB bij de realisatie van de lokale doelstellingen behulpzaam kan zijn.
Contactpersoon: Ronald Pereboom, OPPS



