Afdrukken

PPS niet alleen voor grote projecten

PPS niet alleen voor grote projecten

In de afgelopen jaren is als ondergrens voor het realiseren van een investeringsproject middels publiek private samenwerking een omvang van EUR 20 miljoen gehanteerd. Belangrijkste argument hiervoor zijn de hoge transactiekosten voor zowel de opdrachtgever als de opdrachtnemer. Omdat het verschil in transactiekosten tussen kleine en grote projecten gering is, lijkt PPS voor kleinere projecten minder interessant, maar dat is absoluut niet het geval!


In het buitenland is niet alleen meer ervaring met PPS maar ook met het combineren van verschillende projecten. Instellingen met kleinere investeringsplannen kunnen hierdoor ook profiteren van de voordelen van geïntegreerde contracten. Dit biedt mogelijkheden voor o.a. gemeenten die verantwoordelijkheid hebben voor het realiseren van maatschappelijk vastgoed en onderwijshuisvesting. Ook zijn er een groot aantal huisvestingsplannen bij zorginstellingen en woningbouwcorporaties van een kleinere omvang. Zou het niet interessant zijn om deze plannen op een slimme manier in één contract te combineren?


Het uitgangspunt bij een DBFMO is dat er een optimalisatie plaatsvindt door private partijen verantwoordelijk te maken voor ontwerp, bouw, financiering, onderhoud en exploitatie. Consortia van private partijen zijn minder gebonden aan bouwbudgetten en jaarlijkse exploitatiebegrotingen en hebben als doel de totale levenscycluskosten te minimaliseren. Want hoe slimmer de oplossing, hoe lager de jaarlijkse beschikbaarheids vergoeding mag zijn en hoe groter de kans voor het consortium om het project te verkrijgen. Ook voor publieke partijen met kleinere projecten zou het interessant zijn om van deze integratievoordelen te profiteren.

In Groot-Brittannië worden kleinere projecten gecombineerd. De Britse National Health Service (NHS) heeft 7 jaar geleden een ambitieus plan gepresenteerd om te komen tot een modernisering van de ‘eerste lijn’ gezondheidszorg. Het betreft hier het moderniseren van dokterpraktijken, klinieken en andersoortige lokale zorgvoorzieningen. Doelstelling was om circa 3000 artsenpraktijken en 500 ‘one-stop’ zorgcentra door middel van renovatie of nieuwbouw moderniseren. Om zorg te dragen dat de nieuwe faciliteiten aansluiten bij de behoeften van de eindgebruiker, kwalitatief hoogwaardig zijn en (kosten)efficiënt gerealiseerd worden is een nieuwe projectstructuur ontwikkeld. Het betreft de ‘Local Improvement Finance Trust’-structuur, kortweg LIFT.

Een LIFT is een vorm van publiek private samenwerking (PPS) waarbij renovatie, bouw, beheer en onderhoud van een aantal zorgfaciliteiten in een regio in een geïntegreerd lange termijn contract worden ondergebracht bij een privaat consortium. Deze nieuwe structuur wijkt op een aantal punten af van de in Groot-Brittannië veel toegepaste PFI structuur.

De LIFT special purpose vehicle (SPV) is een publiek-private samenwerking die opgezet wordt met als doel zorgcentra te ontwikkelen en te onderhouden binnen een bepaalde regio. De private sector heeft een meerderheidsaandeel van ongeveer 60% in de SPV. De minderheid aandeelhouders zijn de lokale overheid/zorgverleners en Partnership for Health (zie figuur). Het aandeelhouderschap stelt de publieke sector in staat meer invloed uit te oefenen op de soort dienstverlening en de wijze waarop deze wordt uitgevoerd, dit resulteert echter ook in grotere verantwoordelijkheid. De ‘wij tegen zij’ houding wordt door het gedeeld aandeelhoudersschap voorkomen.

  LIFT_SVP

LIFT is er op gericht private vastgoedkennis en -vaardigheden optimaal te benutten bij toekomstige projecten, zodat de dienstverlening op de meest (kosten)efficiënte wijze kan plaatsvinden o.a. door het introduceren van additionele inkomstenstromen. De potentiële mogelijkheden voor projectontwikkeling maken de projecten extra interessant voor de private sector.

 De LIFT SPV sluit een exclusief 20 jarig contract af met de lokale overheid/zorgverleners. Zijn staan garant voor het contract, maar de SPV zal uiteindelijk met de individuele gebruikers (artsen, fysiotherapeuten) huurcontracten afsluiten, deze contracten hebben echter een kortere looptijd.

Bij een reguliere PPS worden activa aanbesteed die over de looptijd geëxploiteerd moeten worden. LIFT daarentegen is een samenwerkingverband waarbij de SPV gedurende de looptijd van het contract uitgebreid kan worden met extra gebouwen of diensten. Het contract heeft als het ware een ‘open einde’. De initiële contracten hebben een omvang van EUR 30-40 miljoen, maar door latere contractuitbreidingen kunnen de projecten in omvang fors toenemen. Voor oprichting van een LIFT worden de omvang van de investeringen en dienstenpakket contractueel vastgelegd alsmede de wijze waarop meerwaarde wordt gewaarborgd (o.a. door benchmarking instrumenten).

De LIFT is een hybride structuur die het beste van PPS/DBFMO en het traditionele zorgstelsel verenigt. De structuur bevat PPS elementen zoals de levenscyclusbenadering en betalingsmechanisme. Doordat de publieke- en private sector gezamenlijk aandeelhouder zijn van de LIFT SPV is het gemakkelijker om gedurende de contracttermijn in te spelen op veranderende klinische eisen en behoeften.

 Na de introductie binnen de zorgsector is de structuur in Groot-Brittannië vervolgens toegepast voor scholen. In Duitsland zijn combinatieprojecten in voorbereiding; gemeenten hebben in één contract een oplossing voor de totale onderwijshuisvesting binnen de regio. Ook in Nederland zijn veel huisvestingsplannen voor scholen, maatschappelijk vastgoed, verpleeg- en verzorgingshuizen. Combineren kan zeer interessant zijn, snellere realisatie en lagere kosten. PPS is dus niet alleen voor grote projecten, bundeling heeft toekomst.

Ronald Pereboom, 12 september 2007