Europa steeds meer van invloed op pps in Nederland
De Nederlandse bevolking stemde dan wel tegen de invoering van de Europese Grondwet, toch wordt de invloed van Europa ook in ons land op steeds meer terreinen zichtbaar. Ook op het gebied van pps is de laatste periode een toenemende stroom met nieuwsberichten uit Brussel waar te nemen. Zowel de Europese Commissie, het Europees Parlement als het Europese Hof van Justitie laten zich wat pps betreft niet onbetuigd. Zo zijn recent onder meer de Europese aanbestedingsregels aangescherpt met mogelijk belangrijke gevolgen voor de contractvorming tussen overheden en marktpartijen bij gebiedsontwikkelingen in Nederland.
Het Europees Parlement heeft afgelopen oktober ingestemd met het Groenboek Publiek-Private Samenwerking van de Europese Commissie. In aanvulling op dit Groenboek worden ook nog regels / richtlijnen opgesteld specifiek voor concessies en voor zogenaamde ‘geïnstitutionaliseerde pps-constructies’. Deze regels zijn ook van toepassing voor Nederlandse overheden bij het opzetten van pps-constructies.
Onder andere de Federatie van Europese Bouwondernemers (FIEC) heeft ‘Brussel’ verzocht om het mogelijk te maken dat vóór de gunning van een project onderhandelingen gevoerd kunnen worden tussen publieke opdrachtgevers en marktpartijen. De concurrentiegerichte dialoog biedt die mogelijkheid. Door het Europees Parlement is de concurrentiegerichte dialoog dan ook onderschreven als de meest geschikte aanbestedingsprocedure ten aanzien van concessieovereenkomsten.
De Europese Commissie wil ook voor gebiedsontwikkeling meer publiek-private samenwerking. In aanvulling op de 350 miljard euro budget voor het ontwikkelen van Europese gebieden in de periode 2007-2013 zal namelijk ook privaat kapitaal ter beschikking moeten worden gesteld. Naast dit financiële motief zal pps er ook voor zorgen dat diensten efficiënter en rendabeler worden geleverd door het bundelen van expertise.
Ook de Nederlandse pps-markt richt zich de laatste jaren meer op Europa. Een voorbeeld hiervan vormt het Dutch Infrastructure Fund dat begin dit jaar bekendmaakte dat het risicodragend gaat deelnemen in bouw en exploitatie van vijf overheidsprojecten in West-Europa met een totale waarde van € 375 mln. Naast de renovatie van het kantoorgebouw van het ministerie van Financiën in Den Haag komen de andere projecten uit Frankrijk en Engeland waar men duidelijk verder is met pps dan in Nederland.
En ‘last but not least’ ligt er de uitspraak van het Europese Hof van Justitie van 18 januari jl. in de zaak Jean Auroux tegen de Franse gemeente Roanne. Dit arrest heeft de Europese aanbestedingsregels verder aangescherpt en werpt daardoor een ander licht op de (pps)afspraken tussen overheden en marktpartijen met betrekking tot gebiedsontwikkeling. De uitspraak heeft ook consequenties voor de Nederlandse praktijk. In tegenstelling tot hetgeen tot nu toe werd aangenomen vallen namelijk ook commerciële voorzieningen bij gebiedsontwikkeling onder de Europese aanbestedingsregelgeving. Het Europese Hof heeft bepaald dat naar het gehele werk gekeken dient te worden onafhankelijk van de partij die na realisatie eigenaar wordt van het werk of delen daarvan. Bovendien geldt de totale waarde van het project als uitgangspunt vanuit het oogpunt van de inschrijver. De onderverdeling tussen commerciële voorzieningen (markt) en publieke voorzieningen (overheid) is wat dat betreft dus niet langer relevant. Tenslotte is ook het doorleggen van de aanbestedingsverplichting naar een andere partij door het arrest verder beperkt.
De bovenstaande ontwikkelingen onderstrepen eens te meer dat wie zich in Nederland met pps-projecten bezig houdt er goed aan doet om ook over de landsgrenzen heen te kijken. Brussel komt wat dat betreft gevoelsmatig steeds dichter bij te liggen.
Maarten Kievits, april 2007



