Samenwerking rode draad in Regeerakkoord
De term pps is weliswaar als zodanig niet terug te vinden in het Coalitieakkoord van CDA, PvdA en ChristenUnie, toch wijst veel er op dat publiek-private en publiek-publieke samenwerking ook in de komende regeerperiode weer een extra impuls zullen krijgen. Het motto van het nieuwe Kabinet: Samen Werken, Samen Leven is wat dat betreft natuurlijk veelbelovend. Maar ook wanneer inhoudelijk op de verschillende beleidsonderwerpen wordt ingezoomd kan geconstateerd worden dat samenwerking als een rode draad door het Regeerakkoord loopt. Hieronder wordt specifiek op die thema’s ingegaan die een relatie hebben met de ruimtelijke ontwikkeling van Nederland.
Het nieuwe Kabinet geeft in haar Regeerakkoord aan dat ze “…streeft naar een samenleving waarin mensen oog hebben voor elkaar en recht wordt gedaan aan ieders mogelijkheden en talenten. Ook wordt een (hernieuwde) duurzame verbondenheid tussen mensen gestimuleerd vanuit het besef dat we samen sterker staan.”
Deze ambitie wordt vervolgens doorgetrokken in de verschillende beleidsvelden en komt terug in de 6 pijlers en de bijbehorende investeringsagenda die de basis van het kabinetsbeleid vormen. De gedachte die duidelijk doorklinkt is dat burgers, maatschappelijke organisaties en overheden (meer) met elkaar moeten samenwerken om maatschappelijke problemen in gezamenlijkheid op te kunnen lossen. De rol van de overheid daarbij moet vooral slagvaardig en verbindend zijn. Voorbeelden van samenwerkingen die specifiek gestimuleerd worden door het nieuwe Kabinet zijn:
- Samenwerking tussen overheden en instellingen op Europees niveau;
- Samenwerking tussen universiteiten, hogescholen, kenniscentra en het bedrijfsleven op het gebied van onderwijs en innovatie;
- Samenwerking op het gebied van het bereiken van de energiedoelstellingen en het nationaal programma luchtkwaliteit;
- Samenwerking tussen gemeenten, woningbouwcorporaties, bedrijfsleven, politie, welzijnswerk en scholen gericht op de herstructurering van achterstandswijken.
Naast de samenwerking tussen partijen is ook het wegnemen van verkokering een terugkerend thema in het Regeerakkoord. Zo wordt onder meer vanuit het perspectief van duurzaamheidsbevordering benadrukt dat er een duidelijke relatie ligt tussen ruimtelijke ordening, natuur & landschap, infrastructuur en energieverbruik. Deze terreinen dienen dan ook in hun onderlinge samenhang bezien te worden. Ook dit brengt onlosmakelijk samenwerking met zich mee, zowel binnen als tussen (overheids)organisaties. Vanuit deze gedachte wordt er in plaats van een nieuw MIT een MIRT (Meerjarenprogramma Infrastructuur, Ruimte en Transport) opgesteld waarmee de samenhang tussen ruimtelijke projecten en infrastructuur onderstreept wordt.
Ook de vermindering van de vele (overbodige) regels en de ‘bestuurlijke drukte’ is een prominent thema in het Regeerakkoord. Mede naar aanleiding van een verzoek van de Randstadgemeenten zelf wordt dit voor deze regio concreet aangepakt in de vorm van een “Urgentieprogramma Randstad”. Naast het bereiken van een aantal inhoudelijke doelstellingen op het gebied van onder meer bereikbaarheid en het woon-, werk- en leefklimaat staat daarbij ook een meer slagvaardig optreden van de overheid centraal.
En dat is ook nodig want de overheid zelf wordt gezien als de regisseur van de hierboven genoemde (samenwerkings)processen. Het streefbeeld dat wordt neergezet is dat van een betrouwbare overheid die samen met de maatschappij aan oplossingen werkt en draagvlak creëert voor deze oplossingen in plaats van deze als blauwdruk op te leggen. Zo veel mogelijk vormt daarbij de decentralisatie van taken en bevoegdheden (inclusief de bijbehorende zelfstandigheid) naar gemeenten en provincies het uitgangspunt. De ruimtelijke ontwikkeling van Nederland wordt namelijk in belangrijke mate lokaal bepaald. Concrete voorbeelden hiervan zijn dat het GroteStedenBeleid (GSB) na evaluatie in 2009 zal worden voortgezet, dat wordt ingezet op de versterking van de regionale economische ontwikkeling en het concept van brede scholen in gemeenten door het Rijk zal worden gestimuleerd.
Om de ambities en doelstellingen uit het Regeerakkoord in de komende jaren te realiseren moet er dus veel worden samengewerkt tussen de betrokken partijen onder regie van de (lokale) overheid. Publiek-publieke samenwerking en pps zullen dus ook in de komende jaren gemeengoed blijven.
Maarten Kievits, april 2007